LUIK/KUURNE RED. – Met ‘La Doyenne’, het vierde monument na Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix viel het doek over een spannend voorjaar. Enkel een briljante Wout van Aert doorbrak glansrijk de dominantie van Tadej Pogacar in de Hel van het Noorden. Daarom ter afronding: Net geen 260 km met start en finish in de ‘Vurige Stede’. Op de terugweg vanuit Bastogne de vertrouwde steile obstakels met als springplank naar de finale La Redoute.
Dat de ‘kogel uit Schepdaal’ na zijn imposante demonstratie op de Limburgse heuvels helemaal op scherp stond, bleek dadelijk na de officiële start. Samen met 50 renners waaronder Louis Vervaeke, Aäron Dockx, Laurens De Plus en Quinten Hermans vormde hij prompt een monsterontsnapping, die meteen de overige tenoren verschalkte. De vlotte samenwerking en het hoge uurgemiddelde van 45 km/h diepten de voorsprong onder ideale weersomstandigheden tot 3’20” uit. Een sterk staaltje anticiperen op de zoveelste solo van de meervoudige Tourwinnaar en UAE, die zich in een totaal ongebruikelijke situatie bevonden.
Voorzichtige klopjacht
Met de Baraque de Fraiture en de Côte Saint-Roch onder de wielen, liepen de hoofdrolspelers tot 4’20” uit. Het peloton, duidelijk van streek, ondervond aanvankelijk moeite om de klopjacht te organiseren. Zeker omdat de meeste teams een vertegenwoordiger voorin hadden. Decathlon CMA-CMG in functie van revelatie Paul Seixas, stroopte echter de mouwen op om samen met de ploeg rond de winnaar van de Ronde van Vlaanderen de kloof te dichten. Niet bepaald een voor de hand liggende uitdaging maar dankzij onder meer Rune Herregodts en Stan Dewulf als meesterknecht voor de jongste triomfator van de Waalse Pijl op de muur van Hoei daalde de voorsprong kort na het keerpunt in Bastogne naar 2’40”.
De onvermijdelijke selectie
De flanken van de Col de Haussire in de toeristische trekpleister La Roche-en-Ardenne brachten de eerste logische schifting. Nico Dens, de rechterhand van de dubbele Olympische kampioen en verschillende helpers slaagden er niet in om het tempo bij te houden. Ook in het uiteenspattende peloton, onder impuls van de zwoegende Tim Wellens en de Deen Magnus Cort, beelden van zwalpende renners zoals Dylan Teuns voor wie het duidelijk einde verhaal was. De door de temporijder aangerichte schade verkleinde de achterstand op de verbrokkelde leidersgroep tot iets meer dan 1’31”.
Met nog minder dan 100 km en nabij Vielsalm werden de blijkbaar moegestreden vluchters ingerekend. Alexander Kamp, Pascal Eenkhoorn, Gijs Leemreize, Baptiste Veilstroffer en Hugo Houle poogden nog om er vanonder te muizen maar de eerste achtervolgers Pavel Sivakov, Benoit Cosnefroy en Domen Novak bleven als steun voor Tadej Pogacar waakzaam. Tijdens de doortocht op de Côte de Wanne en de befaamde Stockeu met een stijgingspercentage van 12% viel het wedstrijdbeeld in de klassieke plooi. Tijd dus voor een relatief rustige aanloop naar the place-to-be met tussendoor een nieuwe selectie op de Côte de Rosier onder aanvoering van de UAE trein.
Nummer 4 in 2 stappen
De fans op La Redoute met 15% stijgingspercentage beleefden het verwachte offensief van de Sloveen, die zowaar de 19-jarige onbuigzame Paul Seixas op sleeptouw nam. Achter het duo, een gapende leegte en een slagveld waar de verliezers hun wonden likten. Enkel de op kousenvoeten weg geslopen Mattias Skjelmose beperkte de achterstand tot 25” om vervolgens door het gezelschap onder aanvoering van de herstelde Remco Evenepoel gepakt te worden. De beklimming van de Roche-aux-Faucons op 13 km van de spreekwoordelijke hemel zorgde voor de beslissende afscheiding. Paul Seixas, bij wie de inspanningen duidelijk hun tol eisten, boog nederig voor het meesterschap van de man, die nauwelijks een handvol koersdagen totaliseerde. Zodoende verdwenen de ultieme twijfels over een vierde zege van de sportieve kannibaal, terwijl het Franse supertalent voor de tweede keer in amper enkele dagen bekoorde. De ontknoping om de resterende podiumplaats werd een sprint waarbij Remco Evenepoel het nipt voor Emiel Verstrynge haalde.
Uitslag:
1. Tadej Pogacar (Slovenië)
2. Paul Seixas (Frankrijk)
3. Remco Evenepoel (België)
4. Emiel Verstrynge (België)
5. Egan Bernal (Colombia)
6. Pelle Bilbao (Spanje)
7. Romain Grégoire (Frankrijk)
8. Christian Scaroni (Italië)
9. Tobias Halland Johannessen (Noorwegen)
10. Filippo Zana (Italië)
Filip Van Molle, 26/4/2026, BRU
