LO-RENINGE – Erfgoedminister Ben Weyts investeert € 252.000 in de restauratie van de 18de eeuwse Markeymolen in Pollinkhove, een deelgemeente van het West-Vlaamse Lo-Reninge. Dankzij de Vlaamse steun kan de volledige technische installatie hersteld worden, zodat de molen opnieuw volledig maalvaardig wordt. “Molens vormen eigenlijk best een belangrijk hoofdstuk in het Verhaal van Vlaanderen”, zegt Weyts. “Het zijn nog altijd tastbare herinneringen aan de vindingrijkheid en het harde werk van onze voorouders. En ze zijn ook gewoon mooi om naar te kijken. Nog beter is het als een oude molen nog steeds kan malen. Daar gaan we nu ook in Pollinkhove voor zorgen”.
Aan de Lobrug in Pollinkhove, een deelgemeente van het West-Vlaamse Lo-Reninge, staat de 18de eeuwse Markeymolen. Het was oorspronkelijk een oliemolen, maar hij werd later omgebouwd tot een korenmolen. Hij dankt zijn naam aan de laatste molenaar, Joseph Markey, die er in 1962 mee stopte. Met zijn groene kleur en wieken van 24 meter is de molen vandaag nog altijd een geliefd ijkpunt van de gemeente. De Stad Lo-Reninge is overigens ook eigenaar van de molen. Bij een recent onderzoek dat werd uitgevoerd met steun van de Vlaamse Overheid zijn echter verschillende technische gebreken aan het licht gekomen, die maken dat de molen momenteel niet meer maalvaardig is.
Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts investeert nu € 252.000 in de restauratie van de Markeymolen in Lo-Reninge. Met deze Vlaamse middelen wordt de volledige technische installatie van de molen hersteld, zodat de molen opnieuw volledig maalvaardig wordt. De restauratiewerken pakken zo de gebreken aan die tijdens het grondig technisch onderzoek in 2023 aan het licht kwamen. Dat onderzoek was bijzonder uitgebreid: delen van de wieken werden gedemonteerd en de houten bekleding werd verwijderd om de toestand van de constructie nauwkeurig te kunnen beoordelen. Dankzij die grondige analyse kunnen de restaurateurs nu zeer gericht en gedetailleerd te werk gaan. De totale kostprijs werd geraamd op € 452.500, waarvan Vlaanderen via het Agentschap Onroerend Erfgoed de ruime helft op zich neemt. De overige kosten worden gedragen door de Stad Lo-Reninge.
“Mensen associëren molens met Nederland, maar wist je dat de eerste houten, draaibare windmolen ter wereld in Vlaanderen stond? Eeuwenlang waren molens de motoren van onze welvaart”, zegt minister Ben Weyts. “Vandaag zijn ze nog altijd populaire herkenningspunten. Een mooie oude molen zoals de Markeymolen spreekt zowat iedereen aan en maakt ons allemaal fier op dat van hier”.
“Met de restauratie en het maalvaardig maken van de Markeymolen herstellen we niet alleen een uniek stukje erfgoed, maar geven we ook nieuwe generaties de kans om het eeuwenoude beroep van molenaar te ontdekken. Zo houden we zowel de molen als het vak levend”, zegt burgemeester Lieve Castryck.



