Column ‘Chopin vernielt ‘de pianoman’
Scènes uit een jeugdig maar turbulent leven gebaseerd op ‘Pianoman’, de nummer 2 uit de ‘NPO Radio 2 Top 2000’ van Billy Joel. ‘I Like Chopin’, de terechte liefdesverklaring van de Italiaan Gazebo, maar wel een paar andere mouwen in de rol van uitvoerder. Zeker vanwege de uitsluitend twee beschikbare opties: Via maximale betrokkenheid met de partituur naar Belinda Carlisle’s ‘Heaven Is A Place On Earth’ stijgen. In het omgekeerde geval evolueerde het richting ‘Highway To Hell’. Met dank aan AC/DC. Een verhaal met grenzeloze hoogtes maar uiteindelijk ook met de helaasheid van artistieke dingen.
Lyrisme en virtuositeit? De vaandeldrager van de Poolse toondichters jongleerde tussen 1810 en 1849 als geen ander met beide facetten om ze vervolgens naar ongekende hoogte te stuwen. Geen gedoe in concertzalen maar wel in de Parijse knusse salons waar de gegoede burgerij onder impuls van George Sand -de vrouw in mannenkleren- van verbluffende duels met die andere Hongaarse vedette genoot. Liszt transformeerde de 88 ‘Ebony and Ivory’ toetsen tot de ‘wall of sound’ avant la lettre. Iets waar de geniale producer Phil Spector zeker van gesmuld zou hebben. Het gebrek aan tijd bood ons helaas nooit de gelegenheid om hiervan te proeven.
Max achter de piano
Het voorgeschotelde ‘Fantasie Impromptu’ zorgde immers voor voldoende bloed, zweet en tranen om de meer dan gewenste technische (over)drive en andere indicaties te ontdekken. Geen noten dus maar wel muziek, die correspondeerde met de intieme sfeer waar de Oost-Europese Brian Eno naar streefde. De try-out klonk in ieder geval behoorlijk. Het leverde erkenning op, maar anderzijds ook een innerlijke tweestrijd. Zeker toen mijn ouders of wie ervoor doorging het behaalde succes overdreven uitvergrootten. Empathie? Nul komma nul. Alles tot overbodige voorstellingen in de stijl van ‘Cirque du Soleil’ gedegradeerd. Een pianist als krachtpatser. Terwijl diep in mijn hart de mentaliteit van Benny Andersson van Abba overheerste: experimenteren en musiceren wanneer het best paste. De bewieroking en vaak overdreven verheerlijking oogden zielig, clownesk en op den duur walgelijk.
Voorspelbaar uiteraard
Door de veelvuldige opvoeringen verloor het schitterende werk elk fundamenteel respect. In muziektermen vertaald: de vervlakking en verveling baanden zich als sluipend gif in wat ooit mijn beroep moest worden. De tekens aan de wand werden plots zichtbaar: het was meer dan genoeg. Tijd om deze barbaarse kermis ondanks de nochtans grenzeloze poëzie te beëindigen. Het lot hielp me, zij het op een onaangename manier.
Een zoveelste vertolking van de wervelwind met de allures van Max Verstappen in de straten van Las Vegas, werd een maat voor niets. Alsof alle dierbare bestanden van je computer door een onbekend virus gewist waren. De ‘pooiers’ thuis begrepen er niets van. Het monster van de hype had alles qua techniek en motoriek geveld. We hadden goud in handen maar sprongen er niet zorgvuldig genoeg mee om. Dag Frederic, ‘never again’ zou het nog lukken. Achteraf vormde deze ‘overkill’ de voorbode voor het definitieve ‘Adieu au Piano’ als aanloop naar de studie muziekgeschiedenis. De start van een bewogen maar heerlijke tijd, ondanks het toenmalige taboe rond popmuziek, in de schaduw van de artistieke Brusselse Zavelberg.
FvM, 9/1/2026, BRU
