GENT – De Gentse Feesten groeiden uit van een 19e-eeuwse stedelijke samenvoeging van wijkkermissen tot een groots stadsfestival met een sterk cultureel en volks karakter. De stoeten speelden daarin een opvallende rol: eerst als vaste openingsformule, later als traditioneel element dat mee evolueerde met de manier waarop Gent zijn feestcultuur invult.
In 1843 besliste het Gentse stadsbestuur om de vele losse buurt- en parochiefeesten samen te brengen in één grote gezamenlijke kermis. Die keuze moest niet alleen orde scheppen in het drukke feestleven van de stad, maar ook het werkverzuim beperken en van Gent één centraal jaarlijks feestmoment maken.
De eerste edities waren duidelijk anders dan het huidige festival. Ze waren sterker afgestemd op de burgerlijke elite en namen verschillende vormen aan, waaronder muziek, vuurwerk, volksbal en optochten. Later verschoof het feest naar de stadskern en kreeg het meer het karakter van een breed volksfeest.
Na een terugval in de periode na de wereldoorlogen kwam in de jaren 1960 en 1970 een heropleving. Walter De Buck en andere initiatiefnemers gaven de Feesten opnieuw een uitgesproken stedelijke en culturele dynamiek, met straatcultuur, muziek en een opener, minder formeel karakter.
De evolutie van de stoeten
Stoeten horen al lang bij de Gentse Feesten. In de officiële geschiedschrijving wordt verwezen naar optochten als één van de klassieke ingrediënten van het feest, naast concerten, volksbal en vuurwerk.
De openingsstoet kreeg vanaf de jaren 1970 een prominente plaats. De Gentse reuzen liepen sinds 1974 mee in de openingsoptocht, en die stoet werd jarenlang een herkenbaar ritueel waarmee de Feesten begonnen.
Die traditie bleef niet onveranderd. De klassieke openingsstoet met alle artiesten en deelnemers werd in 2015 afgeschaft en vervangen door een openingsspektakel op vrijdag. Daarmee verschoof de nadruk van een traditionele optocht naar een meer scenische en evenement gerichte start van het festival.
Naast die officiële openingsstoet ontstonden ook andere optochten met een eigen verhaal. De stroppenstoet, vandaag een bekend onderdeel van de Feesten, blijkt geen eeuwenoud gebruik te zijn maar ontstond begin jaren 1970 als een spontane cafégrap en kreeg pas nadien een vaste vorm. Ze groeide uit tot een jaarlijks herdenkings- en identiteitssymbool rond de Gentse bijnaam van “stroppendragers”.
En toen waren ze met vijf
Er waren niet één, geen twee, geen drie, maar wel vijf stoeten die de Gentse Feesten op gang trokken. De Belgische Radio Unie vaarde in het kielzog van de Brazzmatazz band mee en beleefde het voorspel van de officiële opening vanaf het water.

Om 18 uur verklaarden de Gentse Bellemannen in het gezelschap van oude bekende Luk De Bruycker a.k.a. Pierke Pierlala, de Gentse Feesten officieel voor geopend. Meteen daarna overhandigde de burgemeester symbolisch de sleutel van de stad aan de feestenburgemeester. Om 18u15 weerklonk vervolgens overal in de binnenstad ’t Vliegerke, het onofficiële volkslied van de Gentse Feesten, als feestelijk startschot van tien dagen en nachten feest. *
De Grote Openingsshow
Van 18u tot 19u30 veranderde het Walter De Buckplein in één grote muzikale draaimolen. Fanfares kwamen, fanfares gingen, fanfares kruisten elkaar en voor je ’t wist, stond je zelf mee te marcheren, zonder dat je wist hoe dat gebeurde. (* geïnspireerd op de vzw Trefpunt brochure).
De geschiedenis van de Gentse Feesten toont dus een duidelijke dubbele beweging: van een door de stad geregisseerd feest in de 19e eeuw naar een dynamisch, breed cultureel volksfestival vanaf de tweede helft van de 20e eeuw. De stoeten evolueerden mee: van klassieke openingsparades naar meer specifieke, symbolische en soms spontane optochten die vandaag vooral traditie, identiteit en publieke beleving verbinden.























Foto’s: Els Bollaert ©️B.R.U. 2026



