ANTWERPEN – Midden in de bruisende Antwerpse binnenstad, op wandelafstand van drukke winkelstraten, studentenbuurten en toeristische trekpleisters, ligt een plek waar de tijd opvallend trager lijkt te verlopen. Achter de muren van het Sint-Catharinabegijnhof aan de Rodestraat 1906 schuilt een stukje Antwerpen dat zelfs veel inwoners nauwelijks kennen. Wat vandaag een rustige woonomgeving is, draagt een geschiedenis van bijna acht eeuwen met zich mee.
Terwijl buiten het verkeer en het stadsleven doorgaan, heerst hier een bijna dorpse stilte. Enkele studenten hadden zich op de binnenplaats neergevlijd met cursussen en laptops. Het leek alsof ook zij instinctief hadden aangevoeld dat dit een ideale plek is om even aan de drukte en de examens te ontsnappen.
Een geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen
De oorsprong van het Antwerpse begijnhof gaat terug tot omstreeks 1240. Het eerste begijnhof werd opgericht op het Kiel, toen nog buiten de stadsmuren, en kreeg de naam Berg Sion of Curtis Sion. Begijnen waren religieuze vrouwen die een vroom leven wilden leiden zonder de strikte geloften van een kloosterorde af te leggen. Ze combineerden gebed met werk en genoten daarbij een zekere zelfstandigheid.

In 1542 liet het Antwerpse stadsbestuur het volledige begijnhof platbranden. De reden was puur militair: men wilde voorkomen dat de beruchte Gelderse veldheer Maarten van Rossem het complex zou gebruiken als uitvalsbasis bij een aanval op Antwerpen.
Slechts drie jaar later kochten de begijnen een nieuw terrein van 324 roeden (1 roede in W-Vlaanderen is 14,93 m², in Antwerpen is alles groter dus daar is 1 roede= 32,49 m²) om een nieuw begijnhof op te richten. Dat bleek een goede beslissing, want tijdens de zestiende eeuw kende de gemeenschap haar grootste bloei. Meer dan tweehonderd begijnen woonden er toen samen.
Franse Revolutie laat diepe sporen na
Zoals zoveel religieuze instellingen kreeg ook het begijnhof zware klappen tijdens de Franse overheersing aan het einde van de achttiende eeuw. De begijnen werden verdreven, de kerk werd geconfisqueerd, verkocht en grotendeels afgebroken. Waardevolle kerkelijke schatten en zilverwerk verdwenen richting Frankrijk.
Pas tussen 1827 en 1830 werd een nieuwe kerk gebouwd. Daarmee kreeg het begijnhof opnieuw een religieus hart, al zou het nooit meer de omvang en invloed bereiken van zijn gloriedagen.

Het tijdperk van de begijnen liep uiteindelijk ten einde toen het laatste Antwerpse begijntje in 1986 overleed. Daarmee sloot een bijzonder hoofdstuk uit de Antwerpse geschiedenis definitief af.
Van religieuze enclave naar hedendaags woonerf
Vandaag heeft het begijnhof een heel andere functie gekregen. De historische huisjes worden bewoond door gewone bewoners en vormen samen een uniek woonerf. Toch blijft de oorspronkelijke sfeer verrassend goed bewaard. De witgekalkte gevels, de verzorgde tuinen en de besloten structuur herinneren nog altijd aan het leven van de vroegere begijnen.
Ook de toekomst van het begijnhof lijkt verzekerd. Sinds 1 maart 2020 heeft AG Vespa het domein voor 65 jaar in erfpacht genomen. Men is nu volop bezig met de restauratie. Het doel is het erfgoed zorgvuldig te restaureren en tegelijk een duurzaam woonproject uit te bouwen met betaalbare huurwoningen. Zo krijgt deze eeuwenoude plek opnieuw een maatschappelijke functie, aangepast aan de noden van de eenentwintigste eeuw.

Foto’s: Hendrik Lefebvre ©️B.R.U. 2026



